HUGO KAAGMAN  STENCIL KING
  Driss Atifi Geboren in Fes 1953. Beroep: Graisseur.     Adres: Bloc 19 Rue 29 Maison N016, Habitat de Dharg Lakhmis, Fes, Maroc. Lengte:1-55- Ogen: marron. Speciale kenmerken: geen.   Driss is voor de tweede keer getrouwd. Zijn eerste vrouw is nu hoer in Oujda. Hij heeft aan haar een zoontje overgehouden, die vol met streken zit ("comme sa mere). Driss was tot voor kort werkzaam als oliesmeerder op Place Boujeloud bij de busdienst naar Casa, Marrakech en Tetuan. Hij is voor 6 maanden aan de kant gezet. Nu verdient hij zijn brood met "hustle": Hij koopt de laatste bustickets van de bus naar Casablanca op en verkoopt ze 5 DH. duurder. Er gaan 7 bussen per dag naar Casa, die bijna altijd vol zijn en Driss verdient met deze speculaties 20 tot 30 DH, per dag. Ik leerde Driss kennen via Andro, een Australier, die na een lange wereldreis zonder geld in Marokko arriveerde. Driss nam hem in huis en Andro dealde een tijdje hasj tot hij met behulp van Driss een aanstelling als leraar Engels kreeg voor 2 weken in het American Language Centre in Fes. Andro had de toneelacademie doorlopen en was erg geinteresseerd in mijn concept van Bab Boujeloud als Happening. Driss zag wel wat in mijn tekeningen en via veel omhaal vroeg hij me geheimzinnig of ik een stempel in zijn paspoort kon tekenen. Hij had die dag 40 DH. verdiend en nodigde me uit tot het eten van konijn in zijn huis. Het levende konijn mocht ik zelf aan zijn poten naar zijn huis dragen. Na de maaltijd haalde Driss onder zijn matras vandaan een blauw paspoort met gouden Engelse, Arabies, Russische en Japanse opdruk: passeporte. Het was uitgegeven door een Zwitserse maatschappij, die zich World Government noemde. Driss had 200 DH. naar Zwitserland gestuurd en ontving daarvoor een Certificate of World Citizen en het mooie paspoort "issued at Basel CH. 24-5-1976, World Service Authority" met in het wapen "Freedom, Peace, Abundance".   Hij was ermee naar Ceuta gegaan, maar toen hij aan de Marokkaanse grens stond zeiden ze hem wijzend op zijn paspoort: "C'est pour les enfants".  Zo goed als het ging vervalste ik enige stempels in het valse paspoort, nadat Andro en ik hem tevergeefs hadden geprobeerd te overtuigen, dat hij gewoon door bandieten was beetgenomen. Driss was koppig "Je connais, je connais", zei hij, maar het wilde niet tot hem doordringen. Driss sprak weinig Frans en kon Andro in zijn gebroken Frans beter verstaan dan mij in wat vloeiender Frans.  In januari kreeg Andro een vaste aanstelling als leraar in Rabat. Hij liet zijn vrouw uit Parijs over komen en verdient nu 1000 DH. per maand plus een assistent. Nadat Andro vertrokken was nodigde Driss mij steeds uit bij hem te komen wonen. Hij noemde me een dwaas, omdat ik elke nacht 8 DH. voor een hotelkamer betaalde. Nadat ik het zoeken naar een kamer met kookgelegenheid had opgegeven nam ik zijn aanbod aan. Driss woonde in de Habitat, het door de regering gebouwde 40 Fes gelegen op een heuvel boven de Merinieden graven, waar 1800 werkeloze gezinnen een huis huren voor 12 DH. per maand. Zijn huis bestond uit 1 kamer voor de familie, 1 kamer voor het jonge echtpaar en, 1 openluchtkamer met plee en kraan. Geen elektriciteit. De familie bestond uit: Opa, Oma, het echtpaar Driss en Halima, de zuster van Driss en het zoontje Mohammed. Oma was een mopperpot met gevoel voor humor. Opa een goeiege vogel, die nog steeds als zadelmaker werkzaam was. Hij trok een jas aan die meer gat dan jas was. Mohammed's kop was kaal geschoren tegen luizen. Halima had twee gouden voortanden en de zuster was nog ongetrouwd. De vrouwen kwamen amper het huis uit en lagen als het koud was de meeste tijd van de dag in bed. Ze verdeden hun tijd met thee maken en drinken, brood maken en eten. Drie kilo couscous maken en als ontbijt, lunch en diner eten. Als ze tijd over hadden weefden ze hele mooie tapijten. Waarom ze de jas van Opa en de bedden (smalle matrassen op banken), waar het kapok uitpulkte niet repareerden heb ik niet kunnen begrijpen. Een vreemde laksheid, die bij armoede schijnt te horen.   Nadat ik Driss voor de zoveelste keer had uitgelegd, dat hij met het paspoort van de World Government geld verloren had aan Zwitserse oplichters, besloot hij het te verbranden. Midden in de echtelijke kamer gingen de papieren in vlammen op. Slechts een stukje van de identiteitskaart met zijn nummeren adres bewaarde hij. "C'est bien ?", vroeg hij me. Ik knikte het was het beste Twee dagen later vroeg hij me een brief naar Zwitserland te schrijven met de mededeling, dat bij een explosie zijn paspoort verloren was gegaan en dat hij in het ziekenhuis lag en omdat hij binnenkort naar Frankrijk zou vertrekken verzocht hij met spoed om een nieuw paspoort. Driss had namelijk een politieagent gevonden, die voor 150 DH. een echte stempel voor hem kon versieren.   Ik wilde gauw al weer weg bij Driss, omdat de regels van de gastvrijheid me teveel beperkte. Ik moest 's avonds 9 uur thuis zijn en het was een rot eind lopen. De kortste weg naar zijn huis was een pad dat zichzelf gevormd had over de Meriniede graven langs een diep ravijn, waar beneden mensen woonden, die tijdens feestdagen als gekken op bongo's zaten te roffelen. Uit het pad waren hier en daar stukken weggeslagen door de regen en als ik 's avonds terugliep was het echt levensgevaarlijk. De bewoners van de Habitat zelf liepen daar dan ook allemaal met olielampen.   Op de laatste avond bij Driss zat ik tot 8 uur in de Cremerie Boujeloud met toeristen te praten. Het regende hard en het was erg donker. Stoned en met tegenzin nam ik afscheid en liep met een muts diep over mijn hoofd getrokken door de Bab Mahrouk de stadswallen uit. De wegen waren in rivieren veranderd. Totaal doorweekt telde ik Bloc 1, Rue 2, Maison 16 af. De familie lag al in bed. Dries werkte, die liep 's nachts met bustickets te leuren. Halima maakte wat te eten voor me. Opa, Oma en Mohammedje lagen toe te luisteren. "Fumer beaucoup, manger beaucoup" was het devies van Halima. De soep van die ochtend lag nog zwaar op mijn maag. Tot mijn schrik kreeg ik het weer opgediend. Een vreemde bonensoep met olijfolie en brood. Halima wachtte tot ik gegeten had en ze zich op haar kamer kon terugtrekken. Ik had honger en viel aan op het brood, dat ik een beetje in de soep dipte. Nee, zei Halima, je moet de hele soep nemen en ze giechelde met haar schoonmoeder. Ik at nog even door. Zo, dit wordt mijn laatste hapje dacht ik. Toen vond ik een stuk haarbal in mijn eten. Met afgrijzen legde ik het opzij. Halima lachte naar haar schoonmoeder "zrba gops", een haar in het brood. Ja, dat kan gebeuren, maar ik zal me niet laten kennen, dacht ik en nog even verder eten. De familie moet, niet denken, dat ik om een haartje niet verder eet. Toen knarste er iets tussen mijn kiezen. Mijn vulling? Ik kreeg braakneigingen en legde de gekauwde broodbal op tafel. "Safie !" zei ik, genoeg.  Die nacht zinde ik op een manier om te moeven zonder de familie te beledigen. Toen ik ontwaakte lag Driss net te pitten. Ik zei tegen Halima, dat ik een kamer gevonden had in La Ville Nouvelle en ik nam een hotel in de medina. Toen ik een week later een Franse arts in Azrou bezocht wist ik waarom mijn maag brandde:"Merde, c'est hepatitis virale", riep de jonge arts uit. Zijn jas zat vol met vol met stempels. Geelzucht, een ontstoken lever. Ik kocht direkt een zonnebril en probeerde me met een dieet van bananen op de been te houden.
Hein Ultée  Leeftijd: 24. Brilsterkte: -3 en -4, met cilinder.Klikspaanweg 57, Leiden, Holland. Studeert geschiedenis voor het 5e jaar in Leiden.  --Is je achternaam Frans? *Oorspronkelijk wel. Een gevluchte Hugenoot, hoewel we nu weer katholiek zijn. --Waarom kreeg je het in je hoofd geschoteld naar Marokkoland te gaan? *Om kerstmis te ontvluchten en de quasi-gezellige familiefeesten in december. - Waarom niet dichter bij huis? *Om kerstmis te ontvluchten moest ik wel naar een niet-christelijk land gaan. Hoewel ook hier wel kerstvakanties zijn enzo .En nieuwjaar niet te vergeten. --Nu 3-1-1977, mijn verjaardag, vind ik je tegenover me in een bruin café in de nieuwe stad. Ben je in je opzet geslaagd? * Volgens mijn calculaties....eh, mijn pocketcalculator had iets anders uitgerekend. Ik heb een beetje te weinig geld bij me. Maar nu ben ik tenminste geïntroduceerd in het Marokkaanse leven en dat is belangrijker dan veel gezien hebben .Ik was eigenlijk een beetje bang van de Marokkanen. --Vertel me wat er gebeurde toen je Bab Boujeloud binnenwandelde; toen je aankwam met de bus van Tetuan? *Volkomen chaotische gebeurtenis. Niet te overzien gewoon. Door een gidsje zonder veel enthousiasme meegetroond naar Hotel Mauritania en ik wist helemaal niet waar ik aan toe was. Ik was met twee erg huiselijke Canadezen, --Daar nam je een kamer mee? *Ja, voor 24 DH, dus 8 DH ieder. Het was beter dat we samen een kamer namen hoorde ik achteraf, want één van de jongens, die ook in Hotel Mauritania was (een vriendje van de gids), die had de pest aan Nederlanders waarschijnlijk door mijn nogal argwanend gedrag. Hij zei dat zijn broer in Nederland gedood was. Ik hoorde dat hij me van die Canadezen had willen scheiden. -Waarom? 'Waarschijnlijk, omdat hij me wel te pakken wilde nemen op een of andere manier ofzo, onzeker als ik daar stond in die volstrekt andere exotische Marokkaanse wereld. --Heb je nog last gehad? *Ja, met Said. Toen ik uit de bus kwam, begon hij meteen te vragen naar onze nationaliteit. Ik had me voorgenomen er niet teveel op in te gaan. Oorspronkelijk waren we van plan naar de jeugdherberg te gaan in de nieuwe stad, maar die jongens bleven maar aanhouden en vragen stellen en zeggen, dat het goed was in Boujeloud en wel iets wisten, maar we wilden voor geen goud de medina in. Terwijl we stonden te wachten tot onze rugzakken eindelijk van het dak van de bus af waren (alle rugzakken waren onderweg opengemaakt door de politie). Toen kwam er een Amerikaans nogal 'would-be'-stel voorbij gehuld in djellaba aan wie we besloten te vragen of ze iets wisten en ze raadden ons Hotel Mauritania aan voor 12 DH. Maar dat bleek dus duurder te zijn. De gidsen liepen met ons mee het hotel in en die zijn net zo lang gebleven tot we een kamer hadden genomen en zo zaten we aan die gidsjes vast, waarvan ik me van één alleen zijn ontzettend slechte gebit zal herinneren uiteindelijk. --Maar dat was niet Said? * Ja, dat was Said. --Die heeft toch niet zo'n slecht gebit? *Zijn tanden zitten er nog wel, alleen zijn tandvlees is heel hoog opgetrokken en het glazuur is helemaal blauw. --Wanneer ontmoette je hem weer? *De volgende dag toen stond hij alweer te wachten. Toen heeft hij ons de medina ingeleid. Hij heeft ons best veel laten zien, zoals een weverij en een tapijtpaleis, waar voortdurend 'prachtig' werd gezegd. En tenslotte naar wat van die koperwinkeltjes. Maar de opzet van het geheel, bleek te zijn, dat we dingen kochten, zodat Said een soort commissie zou krijgen, hoewel we de vorige dag al aangeboden hadden hem iets te geven, maar toen zei hij, dat komt later wel. Maar later werd hij ontzettend kwaad, omdat hij zijn commissie was misgelopen en vroeg hij van ieder 71/2 DH, en daar was niet onderuit te komen. Wat we nogal snel deden, omdat hij er best fiks getraind uit zag, een nogal flinke body en wat van die vriendjes. Kortom dat was het eind van de vriendelijke verstandhouding met Said, behalve dan dat hij, toen ik even later voor Hotel Mauritania stond te wachten op de Canadezen, die naar de plee waren gegaan, mij aan mijn mouw trok en vertelde dat er een andere Nederlander op het terrasje zat. Aan wie hij mij voorstelde en die zei, dat hij al een tijdje in Fes zat. De rest is bekend.