Inleiding

   Op de donkere scheidingswand achter de personeelsingang van de Nederlandsche Bank is een installatie gemaakt door de Amsterdamse kunstenaar Hugo Kaagman met vlinders.

  Het is wellicht ook interessant om eens te kijken naar de achtergronden. De orde waar  de dag- en nachtvlinders toe behoren is de Lepidoptera, wat  “schubvleugeligen” betekent en verwijst naar de zeer kleine schubben die de vleugels bedekken en deze hun kleurrijke patroon geven. De schubben zitten losjes vast en raken gemakkelijk los als de insecten beetgepakt worden. Dag en nachtvlinders vormen met meer dan 16.000.000 bekende soorten, een van de grootste groepen insecten op de wereld. Er komen meer dan 50.000 soorten in Europa voor. In ons land kunnen we meer dan 13.000 soorten vinden. Ze komen letterlijk overal voor, te land, te water en in de lucht.

  Bedenk dat we slechts een fractie opmerken van wat er werkelijk aan vlinders voorkomt. Ze zijn er in vele soorten en maten. Er zijn dagvlinders, zoals dikkopjes, pages, witjes, vossen, spanners, spinners, parelmoervlinders, weerschijnvlinders, zandoogjes, snuitvlinders, prachtvlinders, vuurvlinders en blauwtjes. En er zijn nachtvlinders zoals wortelboorders, houtboorders, bloeddrupjes, eenstaartjes, nachtpauwogen, pijlstaarten, tandspinners, donsvlinders, beervlinders en uiltjes. Nectar van alle bloemen is het belangrijkste voedsel van alle vlinders, die zij door een buisvormige tong opzuigen.

Mannelijke en vrouwelijke vlinders vinden elkaar doorgaans op geur. Het is meestal het vrouwtje dat de geur afgeeft en het mannetje spoort haar op met behulp van zijn antennes. Bij dagvlinders ontstaat de aantrekkingskracht door het uiterlijk. De vrouwtjes leggen hun eitjes kort na de paring op plantensoorten die de rupsen eten. De meeste eitjes komen na een paar weken uit. De rupsen zijn week met een harde kop.

  De jonge rups begint aan een bijna onafgebroken eetfestijn en barst al gauw uit zijn vel, waaronder hij al een ruimere huid heeft gevormd. De meeste rupsen vervellen vier keer en zijn in in minder dan vier weken volgroeid.. Na die vervellingen spinnen veel soorten een cocon, daarbinnen bevindt zich de pop. Dit is een ruststadium. Wanneer de vlinder klaar is om te voorschijn te komen, barst het uit de pop en wringt zich naar buiten. Er wordt bloed in de aderen gepompt en de vleugels worden al gauw groter en hard. Talrijke vlinders brengen slechts ieder jaar een generatie voort.

 Wie een vlinder verzameling aanlegt en dus de dieren ook determineren wil zal in dat geval zijn vangsten moeten doden. Velen zullen daar terecht een ernstig bezwaar tegen hebben. Vlinders worden het snelst gedood met azijnether. Hiervoor moeten we een vangfles gebruiken, die aan de ene kant van een kurk is voorzien en aan de andere kant van een prop watten, waarop azijnether is gedruppeld. Het opzetten van een vlinder is een nauwkeurig werkje, waarvoor we en spanblok nodig hebben. Om gedode vlinders goed te vervoeren tijdens een meerdaagse tocht worden z.g.n. papilotten gebruikt. Dit zijn rechthoekige stukjes papier, die gevouwen worden.

 De vlinders in dit boekje behoren tot 22 families. Niet alle leden vertonen overigens de typische kenmerken van de familie. Om de beginner op weg te helpen zullen we van een aantal orden over hun voorkomen iets meer zeggen.  Ik hoop dat velen er iets van hun gading in zullen vinden, wanneer zij buiten de vlinders waarnemen.

  Hugo Kaagman in opdracht van de Kunst Commissie van de Nederlandsche Bank.  Mei 2007