The entrance hall of the Zebra-house in the Sarphatistraat 62, Amsterdam (just before demolishment 1997). Photo: Peter Edel.

Underground graffiti gallery, established in 1979 in the Zebra-house.       

DOORWERKEN NA DE HYPE

De verleden toekomst van
de No Future-generatie
 

Hugo Kaagman, Peter Klashorst,  Sandra Derks, Ernst Voss, Jan Willem Vaal, Jan Worst en Jan Commandeur: zeven schilders die begin jaren tachtig hun eerste schreden zetten in de kunstwereld. Ze hadden meteen succes en probeerden dat tevergeefs te verzilveren in New York en in eigen land. Vijftien jaar later, sadder and wiser, maken ze nog steeds kunst maar hun roemheeft de hype niet overleefd. 'Wij waren destijds tegen de gevestigd eorde. Dat verzet was zo geslaagd dat ze ons nooit hebben aangekocht."

Hugo Kaagman, Zebra-doek, 1982 (collection Stedelijk Museum Amsterdam)

 

RUTGER PONTZEN

 Redt Het Zebra Huis' staat er op de pui. Tevergeefs, Het pand aan Amsterdamse Sarphatistraat, genoemd vanwege het patroon zwart-witstrepen tegen de voorgevel en in de jaren tachtig hét artistieke symbool van de kraakbeweging, wordt gerenoveerd tot  kantoorgebouw. Er staat een hekwerk omheen, de men zijn dichtgetimmerd en het zebramotief is gedeeltelijk overgeschilderd met blauwe verf
'Dat heb ik zelf gedaan,' vertelt Hugo Kaagman laatste bewoner. Kaagman (1955) zit aan tafel in zijn nieuwe onderkomen Hij is er niet bepaald op achteruit gegaan. Het neoclassicistische pand  de Stadhouderskade bezit een gemarmerde entree die via een wenteltrap naar zijn ruime, lichte appartement leidt. Drie monumentale ramen bieden zicht op De Nederlandsche Bank aan de overkant van de straat

Kaagman werd bekend door zijn 'straatkunst' .  Samen met Dr. Rat, Dr. Dree en de Kid behoorde hij tot het illegale legertje dat, gewapend met spuit en sjablonen, Amsterdam tot grote ergemis van bewoners van hun tags voorzag.

Dat was zo'n vijftien jaar ge]eden. Inmiddels is kuif korter en grijzer. Het opzichtig dikke, zwartebrilmontuur, vroeger zijn handelsmerk, is tegenwoordigwoordig van dun metaal. Speelgoed, stripboeken, een matrasje op de grond wijzen erop dat er nog ergens kind aanwezig moet zijn.

Kaagman had altijd al getekend. Als kind won hij zelfs eerste prijs in een blauwe-knooptekenwedstrijd, maar hij mocht hij van zijn vader ('Kunstenaars zijn asociaal. Het een verziekt beroep door de BKR') niet naar de academie. Hij schreef zich in voor de studie geografic, maar vertrokna zijn kandidaats naar Suriname en Marokko Overwoog te emigreren, keerde na drie maanden onverwachts, kraakte op eerste paasdag 1977 het pand aan de Sarphatistraat, publiceerde de Koekrand, het eerstc punkblad  van Nederland, en richtte samen met zijn toenmalige vriendin de hoogblonde punkdichteres Diana Ozon, galerie Anus op, gespecialiseerd in anti-kunst Kaagman kende Peter Klashorst.  Ze hadden op dezelfde middelbare school in Haarlem gezeten. .................................................................

Ondanks de illegale vrijspuiterij van Kaagman  en de anarchistische experimenten van de Rietveld-studenten, waren de jaren zeventig volgens de meesten ronduit suf. Kaagman:" We deden alsof we agressief waren. Koketteerden met geweld. Tijdens de treinkapingen lanceerden we zelfs de leuze: Wordt Ambonnees! Maar ondertussen was het de periode van de grote matheid. Wij waren ded no future-generatie. En als er al sprake van een toekomst was, dan bestond die alleen uit de neutronenbom. Onder het pand in de sarphatistraat was zelfs een atoomschuilkelder"......................

Hoewel Kaagman in 1984 nog wel even internationale  aspiraties koesterde door een ontmoeting met keith haring in Milaan. Zijn gevierde Amerikaanse collega was op dat moment bezig aan een wereldtournee en trok van de ene stad naar de andere. "Zoiets wilde ik ook", beaamt Kaagman. Hij belandde bij enkele Amsterdamse galeries, waaronder Barbara Farber en de Living Room. Ging ook wel naar buitenlandse beurzen, maar kreeg nooit de erkenning die hij had nagestreefd.

Tot zijn ergernis bleef ook de belangstelling van de Nederlandse musea uit. Heel irritant. Het kostte me een paar jaar om dat mechanisme te begrijpen. Peter Klashorst werd destijds als punkschilder gehypt. Verdiende bakken vol met geld. ik ben daar veel te laat aan mee gaan doen. De kunstwereld was ondertussen veranderd. Daarbij had ik mijn imago van graffitikunstenaar tegen. Ik werd als een klein kind gezien, dat stak me, omdat ik net zo serieus bezig was als Keith Haring.

Het waren ervaringen die Kaagman sadder and wiser maakte, zelfs zozeer dat hij inzag dat verandering van stijl de enige oplossing was om het hoofd boven water te houden. Een passende remedie tegen de vergetelheid die bij kaagman, afgaande op zijn werk, omstreeks 1990 moet zijn ontstaan, toen hij de spuitbus inruilde voor de geavanceerde airbrush. Sindsdien maakt hij alleen nog maar "mooie dingen" op geprepareerd linnen, in delfts-blauwe tinten, waarvoor hij, "geinspireerd" door zijn dagtripjes naar Marken, Volendam en de Keukenhof, oerhollandse onderwerpen kiest als Tante Leen, Willy Alberti, molens of de Westertoren. Voor een interview met de Volkskrant liet hij zich ter bevestiging van zijn nieuwe image, portretteren in Volendams kostuum, lurkend aan een stenen pijpje, met een bosje tulpen onder de arm..............

De enige die de strijd voor erkenning niet heeft opgegeven is Hugo Kaagman. Sinds een paar jaar drijft hij met zijn huidige vriendin, de kunsthistorica Jeannette Dekeukeleire, zijn eigen galerie, de artKitchen, aan de Amsterdamse Herengracht, met kunstenaars die hij deels van de (inmiddels ter ziele gegane) Living Room heeft overgenomen. Hij is weer terug bij het begin, hoewel zijn huidige galerie annex [projectbureau, dat bemiddelt tussen kunstenaars en opdrachtgevers, in niets meer lijkt op de speelse recalcitrantie van het Anus-winkeltje van achttien jaar geleden. Kaagman:" Mijn doemdenken is ondertussen bijgesteld. Babylon is niet ingestort, zoals we hadden verwacht. Vroeger ergerde ik me aan de burocratie, de multinationals. Nu zie ik de andere kant. ook multinationals hebben kunstenaars nodig. Toch?"

Vorig jaar exposeerde hij in De Nederlandsche Bank. Momenteel maakt hij zeven doeken voor het hoofdkantoor van Wolters Kluwer en beschilderde hij een kamer in het Winston Hotel aan de Warmoestraat, gesponsord door Heineken. If you can't beat them, join them, moet hij gedacht hebben

VRIJ NEDERLAND 18 januari 1997

© Hugo Kaagman 2007  Tel. 0(031)651483623  e-mail: Hugo@Kaagman.nl