Butterfly Tunnel 2002 ( 50 - 2,5 m. spraycan on concrete wall)


De
Vlindertunnel naar de Marslanden
Sinds 2000 is de nieuwe wijk
Marslanden te voet en met de fiets bereikbaar via de Vogelbuurt en door een
tunnel onder de N34. Voor de wandelaars en fietsers is er in de tunnel wat te
zien: de ingangen en beide tunnelwanden zijn in 2002 op een fraaie en opvallende
wijze gedecoreerd door de bekende beeldend kunstenaar Hugo Kaagman.
De tunnel
Nadat in 2000 de fiets- en voetgangerstunnel gereedgekomen was, had de heer
H. Koopman, projectontwikkelaar en directeur van Marslanden BV., het idee
gekregen om daar iets aardigs mee te doen. Een radio-uitzending had hem attent
gemaakt op een graffitiproject in Delft waar een schutting in Delfts blauw werd
beschilderd o.l.v. Hugo Kaagman. Hij ging daar zelf kijken en maakte contact met
Kaagman. Dit resulteerde in de opdracht om de tunnel naar de Marslanden te
voorzien van een schildering. Deze zou op de eerste plaats het grijze beton
aanzienlijk verlevendigen, terwijl bovendien een beschilderde tunnel meestal een
aanzienlijk hogere drempel heeft voor anderen om er ook op te spuiten.
Nadat hij zich grondig had voorbereid en verdiept in Hardenberg, voerde
Kaagman de opdracht uit. De toeschouwer op enige afstand ondergaat de suggestie
dat de tunnel betegeld is met oud-Hollandse, Delfts blauwe tegeltjes; het is
echter spuitwerk, met de airbrushtechniek. De traditionele uitstraling wordt dus
met een zeer moderne techniek bewerkstelligd.
Het geheel is een soort collage, waarbij de verschillende
elementen verwijzen naar verleden en heden van Hardenberg en omgeving. Ze zijn
niet chronologisch geordend, maar betrekkelijk willekeurig gerangschikt. In de
actuele situatie bevindt zich immers bijvoorbeeld een oude molen ook direct
naast een nieuw gebouw. De voorstellingen worden ingekaderd door decoratieve
omrandingen, zoals bloemmotieven en zogenaamde maresqen, abstracte patronen die
veel in bijvoorbeeld Marokkaanse kunst worden gebruikt.
Komend van de Marslanden zien we aan de linkerwand allereerst de klepperman,
geschilderd naar het beeld in het centrum. Op de achtergrond zien we een voor
Hardenberg zeer kenmerkend gebouw: het stationsgebouw uit het begin van de 20ste
eeuw van de architect E. Cuypers. Vervolgens zijn er zeilschepen, symbolen van
de handel over Vecht en Zuiderzee. Een hoog gebouw, een flat contrasteert even
verder met een koe, symbool van de agrarische sector en van landelijkheid.
Uiteraard ontbreken in deze collagevertelling over Hardenberg de kerken niet. Er
wordt paardgereden en de aandachtige toeschouwer ziet het beeld van sinterklaas
en Zwarte Piet.
Daarna is er een molen met op de voorgrond een reiger aan de molenbeek. Met een
kerk (de Hessenwegkerk) op de achtergrond zit een visser in alle rust te
hengelen, terwijl er twee grote vissen in beeld gebracht worden.
De uitloop van de tunnel wordt begeleid door vogels, kikkers en vlinders.
De rechterwand, ook gezien vanuit de Marslanden, begint met
een koe en een kikker. Daarna zien we een molen en een vrouwengezicht gehuld in
een hoofddoek: een traditioneel-Hollands beeld of juist een link naar de
actuele, allochtone situatie? Er is een mooie boot en een flatgebouw, naast een
landelijk tafereel met opnieuw koeien en melkmeisje met een aardig mutsje –
wellicht een knipoog naar Het Zeeuwse meisje van de reclame.
Opnieuw een kerk, deze is onmiskenbaar het witte kerkje van Heemse, terwijl op
de achtergrond het Hardenbergse stadssilhouet kan worden herkend.
Een rijtje kalkovens herinnert aan een voegindustriële bedrijvigheid.dan volgt
een fraai natuurtafereel met planten, bomen, bloemen, herten en een opvliegende
meerkoet. Temidden van deze natuurelementen staat een crucifix afgebeeld,
terwijl de achtergrond contrasteert met een rijtje flatgebouwen. Dit krijgt nog
meer ondersteuning in de volgende schildering met nieuwe gebouwen.
Tenslotte is er een fietser – het is immers een fietstunnel – afgebeeld voor
de stadstoren op het Stefanusplein.
Hugo Kaagman, een veelzijdig kunstenaar
Hij is geboren op 3 januari 1955 in Haarlem. Hoewel hij als kind al liet zien
dat hij graag tekende -toen vooral naar de natuur -, ging hij na de middelbare
school in 1972 sociale geografie studeren in Amsterdam. Een kunstacademie, waar
hij zelf meer voor voelde, was niet bespreekbaar in huize Kaagman. Toch kroop
het kunstenaarsbloed waar het niet gaan kon. Na een inspirerende reis naar
Marokko en terug in Amsterdam raakte Hugo betrokken bij de punkbeweging die in
Nederland samenviel met de krakerbeweging of zich in de hoofdstad luidruchtig
manifesteerde als zodanig. In 1977 werd in de Sarphatistraat het pand gekraakt
dat lange tijd dienst zou gaan doen als creatief middelpunt voor kunstenaars en
studenten. Hugo Kaagman en punkdichteres Diana Ozon werden het middelpunt. Ideeën
en experimenten kregen een podium in een tijdschrift en men ontplooide
galerieactiviteiten. Het verzet tegen de maatschappelijke orde en het
establishment werd concreet geuit in allerlei graffitiacties: speels en
provocerend. Men wilde de kunst teruggeven aan de massa, de gewone mensen op
straat. Daartoe moest de kunst ontdaan worden van haar status en haar uniciteit.
Kunst moest reproduceerbaar zijn, toegankelijk voor iedereen en laagdrempelig.
Het gereedschap was de spuitbus, het atelier de straat.
Kaagman ontwikkelde een collagetechniek waarin met gebruikmaking van sjablonen
steeds dezelfde elementen konden worden herhaald in steeds verschillende
combinaties. De gebruikte clichébeelden kregen in die steeds verschillende
contexten hun specifieke betekenis: de elementen gaven aan elkaar betekenis.
Aanvankelijk werd een vrij dreigende en grillige beeldtaal gehanteerd, vol
apocalyps en ondergang en hallucinerend. Daarna, na een Afrikareis,
afstandelijker, abstracter en meer geometrisch.
Naast veel afwijzende reacties ontstond er ook waardering, er kwamen opdrachten.
Gelukkig, want het waren echte doe-het-zelfkunstenaars; van subsidies wilde men
niet weten.
Ongeveer 1990 maakte Kaagman zijn keuze voor een beeldtaal uit de erfenis van het eigen land: Delfts blauw, met stereotiepe beelden als molens, klompen, tulpen, geveltjes en klederdrachten. Zeer herkenbaar en gemakkelijk toegankelijk
Dit balanceert op speels-uitdagende en ironische manier op de rand van kunst en kitsch. De galerie droeg de veelzeggende naam: artKitchen, een woord waarin kunst (art) en kitsch weerklinken.
Delfts blauw bleef niet de enige kleurstelling, er werd ook
in Frans rood gewerkt. Reclamebeelden en –teksten worden als elementen
opgenomen in de collages.
Kaagman ontwikkelt zich tot een postmoderne kunstenaar en krijgt veel opdrachten
en waardering in binnen- en buitenland. Hij manifesteert zich vooral met
muurschilderingen (murals): speels, licht ironiserend en vrolijk. Geen zware
symboliek, maar een min of meer terloopse boodschap, enigszins verpakt.
Daarnaast maakt hij schilderijen, beelden en ook industrieel design.
Enkele kanttekeningen
Het is een typische Kaagmantunnel geworden met Delfts blauw spuitwerk, een
collage met sjablonen en clichés van Hardenberg. Ook een verwijzing naar een
reclame-uiting als Zeeuws meisje ontbreekt niet! Zijn fascinatie voor de
Marokkaanse cultuur vinden we in de randmotieven. Historische beeldelementen als
zeilschepen, klepperman, molens en kalkovens combineert en contrasteert hij met
eigentijdse als nieuwbouw, flatgebouwen, stadstoren. Het landelijk gebied wordt
gerepresenteerd door koeien, vissers, vogels, kikkers en vlinders. Deze laatste
diergroep komt in groten getale voor: de vlinderwijk werd in de Marslanden het
eerste opgeleverd en lag aan het tunneltje en zou ook de naam Vlindertunnel of
Butterflytunnel motiveren. De collagetechniek kiest niet voor chronologie, maar
voor gelijktijdigheid en contrast.
De beeldelementen bepalen elkaars betekenis: natuurlijk is de visser (ook) een
recreërende hengelaar, rustig turend naar zijn dobbertje en genietend van de
natuur. Maar door de aanwezigheid van de kerk op de achtergrond krijgt de visser
ook een religieuze betekenis: de vis was in de vroegchristelijke periode symbool
van de christelijke gemeente en de apostelen werden door Jezus benoemd tot
vissers van mensen. Ook de aanwezigheid van de twee grote vissen motiveren een
bijbelse verwijzing: het verhaal van de vijf broden en de twee vissen (in
Mattheus 14).
Een nog indringender medaillon is de collage met planten,
bloemen, een bloesemende boom, een opvliegende (wegvluchtende) meerkoet met aan
de horizon een viertal flats die als het ware komen aanmarcheren. Zal al dit
natuurlijke moois dan plaats moeten maken voor woningbouw voor de steeds meer
ruimte opeisende mens. Dat we inderdaad mogen denken in termen dat de natuur
daaraan opgeofferd wordt, wordt aangegeven door het crucifix met de gekruisigde
Christus, ook symbool van een (op)offer(ing). Het staat er in dat lieflijk
landschap zo speels en terloops, bijna vredig, maar appellerend voor wie het wil
zien.
K. Oosterkamp 2005
© Hugo Kaagman 2007 Tel. 0(031)651483623 e-mail: Hugo@Kaagman.nl